Nieuws

De behoefte niet alleen te zijn

De behoefte niet alleen te zijn

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/09/07/de-behoefte-niet-alleen-te-zijn-a1615733

Studentenverenigingen Studentenverenigingen zijn onverminderd populair. Omdat er überhaupt meer studenten zijn, maar ook omdat ze zich willen ontplooien, woonruimte moeten hebben en vrienden willen maken.

Geschreven door Mirjam Remie en Floor Bouma, gepubliceerd op 7 september 2018 ]

 

Ook in de tijd van Snapchat en ‘Insta’ is studentenlied Io vivat levend, en houden jonge mannen en vrouwen vaandels vast. Jasje-dasje, zij het met sneakers, en bij gelegenheid in gala, zij het met kortere jurken.

Studentenverenigingen zijn onverminderd populair, blijkt uit een inventarisatie van NRConder corpora en verenigingen verbonden aan het studentenverband Aller Heiligen Convent (AHC). Bij vrijwel ieder corps steeg de afgelopen vijf jaar het aantal studenten dat lid werd. Volgens Alexandra Kist, praeses van vrouwencorps UVSV/NVVSU uit Utrecht, is haar vereniging „nog nooit zo populair geweest als nu”. Er is de laatste jaren zelfs een ledenstop, net als bij mannelijke tegenhanger USC.

Bij AHC-verenigingen zijn de ledenaantallen redelijk stabiel. Sommige verenigingen zagen het aantal aanmeldingen flink groeien.

De Landelijke Kamer voor Verenigingen, waarbij 47 studentenverenigingen zijn aangesloten, ziet drie mogelijke verklaringen. Eén: de arbeidsmarkt, die van studenten verlangt dat ze zich ontplooien naast hun studie (organiseren, besturen, beheren). Twee: de woningmarkt, die zo krap is dat het moeilijk is een kamer te vinden – verenigingshuizen bieden soelaas. En drie: de vriendenmarkt. „Bij studentenverenigingen vind je lange en hechte contacten”, zegt voorzitter Matthijs Kneepkens. „Clichés zijn er niet voor niets.”

De cijfers staan in schril contrast met de negatieve berichtgeving in de afgelopen twee jaar. Misstanden binnen verenigingen, van intimidatie en seksisme tot fysiek geweld, werden breed uitgemeten in de media. De bestuursbeurzen van Vindicat, UVSV/NVVSU en het Rotterdamse corps werden opgeschort. Ook bij AHC-verenigingen rommelt het. In juni werd een bestuurslid van het Leidse Quintus op non-actief gezet na beschuldigingen van seksueel wangedrag.

Eenling

De behoefte niet eenzaam in de wereld te staan: zo omschrijft universiteitshoogleraar (en senator voor D66) Paul Schnabel de aantrekkingskracht van studentenverenigingen. „In Nederland staan we er niet bij stil dat we hier nauwelijks een campussensysteem hebben, zoals in Amerika en Engeland. Daar woon je in een dormitory of op een college en deel je een kamer. Hier komen studenten als eenling naar een nieuwe stad.”

Tel daarbij op dat het hoger onderwijs anoniemer is geworden, met videocolleges en zalen voor soms wel zevenhonderd studenten. Wie vandaag de dag een tentamen maakt, moet vooral zijn studentnummer niet vergeten op te schrijven – anders verdwaalt het werk in een bureaucratische brij. In die vreemde, nieuwe wereld is het fijn ergens bij te horen.

De vele aanmeldingen laten zich ook verklaren door de toename van studenten in Nederland. En let wel: nog altijd is het een kleine minderheid die lid wordt. Vorig jaar schreven in totaal 9.864 studenten zich bij een vereniging in. In totaal waren in 2017 meer dan 700.000 studenten ingeschreven bij universiteiten en hogescholen.

 

Het leenstelsel, het bindend studieadvies en de geweldsincidenten tijdens ontgroeningen lijken de verenigingen niet echt te hebben aangetast – al weten we natuurlijk niet wat er met het aantal inschrijvingen was gebeurd zonder die incidenten. Wel is duidelijk dat de student van nu steeds korter student is. „En dus minder lang actief lid”, zegt Kneepkens van de LKVV. Tegen verenigingsfuncties zeggen ze vaker nee, vanwege studie-eisen. „Maar ze moeten zich kunnen ontwikkelen. En niemand zit te wachten op studenten die alleen maar in de collegebanken hebben gezeten.”

‘Altijd al lid willen worden’

Volgens UVSV/NVVSU-praeses Kist, die onder meer in talkshow Jinek plaatsnam na een uitzending van Rambam over de ontgroening van haar corps, heeft alle publiciteit juist positieve gevolgen gehad voor haar vereniging. “Er zijn meisjes lid geworden die nog nooit van UVSV hadden gehoord en ons via de media leerden kennen. Negatieve publiciteit is ook publiciteit.”

Dries van de Voort, vicevoorzitter van de Maastrichtse vereniging Circumflex, denkt dat “de studenten waar wij naar op zoek zijn, zich niet zoveel aantrekken van wat zich in het nieuws afspeelt”. Volgens hem is de berichtgeving “opgeblazen” en kunnen aspirant-leden daar “doorheen prikken”.

Dit herkent Marc Mohr, rector van misschien wel de bekendste studentenvereniging: het Groningse Vindicat. “Mensen die iets tegen ons hebben, zoeken daar bevestiging van en vinden dat in de krant. De eerstejaarsleden die ik spreek zeggen dat ze ondanks diezelfde berichten nooit hebben getwijfeld, dat ze altijd al lid wilden worden.”

Familie- en vriendschapsbanden spelen hierbij een rol. Volgens bestuursleden van verschillende verenigingen kennen veel aspirant-leden studenten die al lid zijn, of dat waren. Zo ook Mohr zelf, die zegt in het stereotype plaatje te passen. “Mijn vader was lid, net als mijn zus. Door hun leuke verhalen ben ik bij Vindicat gekomen.” Josephine Dupont, vicevoorzitter van het Leidse Quintus: “De meeste aspirant-leden hebben al lang een beeld van de vereniging gevormd, waardoor ze minder naar negatieve berichten luisteren.”

Vijf eerstejaars over het verenigingsleven

Fotograaf David van Dam fotografeerde eerstejaars leden van het Utrechtsch Studenten Corps (USC) voor en na hun ‘ontgroening’ (tegenwoordig ‘kennismakingstijd’ of ‘KMT’). Oftewel: vlak nadat ze zich inschreven bij de UIT-week en twee weken later nog eens , na hun installatie als lid van ‘de kroeg’, zoals het in studententaal heet. In de tussentijd werden ze, zoals sommigen grapten, „een echte man”.

STIJN VAN DEN BOORN (18) UIT VUGHT
EERSTEJAARS INTERNATIONAL BUSINESS

„Van tevoren dacht ik dat de UIT-week rustig zou zijn. Dat ik daarna nog een weekje thuis zou zitten en dat het studentenleven zich langzaam zou opbouwen. Maar ineens zit je er middenin. Je wordt erin gezogen, het nieuwe leven. Alles is nieuw: school, de vereniging, Utrecht. Het is heel hectisch en heel leuk, ik houd van avontuur. Tijdens de UIT sliep ik in een kroeghuis. Toen we een avond met een ander mannenhuis gingen drinken, wist ik dat ik me bij het USC zou inschrijven. Dat ongemengd borrelen vond ik zo gezellig. Een sfeer van mannen onder elkaar. Dat had ik nog nooit zo meegemaakt, want normaal gesproken zijn er altijd wel dames bij als je ergens wat gaat drinken.”

SIMEON ARDUIN (20) UIT SOEST
EERSTEJAARS HBO BEDRIJFSKUNDE

„Ongeveer tien vrienden zijn ook lid geworden in Utrecht. Dat is leuk, maar de afgelopen weken heb ik geprobeerd zo veel mogelijk nieuwe vrienden te maken. Dat is het leuke aan een nieuwe stad. Vorig jaar had ik twee UIT-mentoren van het USC. We zijn alleen maar op het Janskerkhof geweest, bij de kroeg. Toen merkte ik: dit zijn mijn gasten. Ik kan goed met ze lullen, voel een klik. Ik denk dat de diversiteit van de vereniging veel bij gaat dragen aan mijn studentenleven. Je leert veel verschillende gasten kennen, die allerlei studies doen. Ik vind het heel interessant om te praten met mensen uit een ander vakgebied. En om andere meningen te horen over mijn eigen studie.”

REINIER VAN DER HAM (18) UIT HAARLEM
TWEEDEJAARS TECHNISCHE BEDRIJFSKUNDE

„Vorig jaar was ik te jong om lid te worden. Ik werd pas eind september 18. Daardoor heb ik wel al 55 studiepunten kunnen halen en ik heb al een jaartje Utrecht achter de rug. Ik zat in onderhuur in een gemengd huis met USC en UVSV. De UIT-week was hartstikke mooi. De KMT, daar moet je even doorheen, maar het is te doorstaan. De hospiteerweek deze week was hectisch. Er zijn een paar huizen waar ik het heel leuk heb gehad, maar dit weekend hoor je pas officieel of je bent gekozen. Ik verwacht een mooie periode, met veel feestjes. En altijd mensen in de buurt met wie je kan levelen, voor de gezelligheid of steun als het even wat minder gaat.”

JULIAN VAN HENSBERGEN (19) UIT HAARLEM
EERSTEJAARS RECHTSGELEERDHEID

„Deze week zijn we de hele dag in de weer. Elke dag zijn er lunches of diners bij kroeghuizen die nieuwe eerstejaars huisgenoten zoeken. Ik ben nu op weg naar de kroeg. Vanavond hebben we voorkeursdiner, dan kun je eten bij een huis dat je leuk vindt, als zij jou ook hebben opgegeven. Mijn studie is al begonnen, maar daar ga ik deze week nog niet naartoe. Ik moet dit jaar 45 punten halen om door te mogen. Mocht het niet lukken, dan heb ik een plan B: rechten in Amsterdam. Een stuk of zes mensen die ik al kende zijn ook lid geworden. Ik heb veel mooie verhalen gehoord. Je doet contacten op voor de rest van je leven.”

JASPER MEIJER (19) UIT VOORBURG
TWEEDEJAARS NATUURWETENSCHAPPEN EN INNOVATIEMANAGEMENT

„Ik heb ervoor gekozen een jaartje te wachten met lid worden, omdat ik deze studie echt graag wil blijven doen. Ik heb op studie gekozen, niet op stad. Het is een brede opleiding met veel economie en bètavakken. Vorig jaar heb ik zeven van de acht vakken gehaald, genoeg voor het bindend studieadvies. Ik woonde bij mijn ouders. Drie dagen per week met de trein, best te doen. Voor je sociale leven is een studentenvereniging fijn. Geen van mijn vrienden ging naar Utrecht en ik kende er niemand. Mijn ouders waren lid in Rotterdam, zij spoorden het ook wel aan. Iedereen zegt dat een vereniging een positieve boost aan je leven geeft. En dat je dan pas echt aan het studeren bent.”

 

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen